....en toen kwam er toch nog een antwoord van P&W.....

Mijn open mail aan de redactie van Pauw en Witteman kreeg vele reacties op twitter en werd door meer dan 1200 mensen gelezen op deze site. Maar van de kant van de redactie zelf bleef het stil. Wat aanmaningen via twitter hielpen niet. Ik geloof niet dat er een mens zit achter het twitteraccount @pauwenwitteman. Ze reageren in ieder geval nooit ergens op.
Ik stuurde jl. woensdag maar eens een rappèl via de officiele weg; het contactformulier op de site.
Toen kwam er wel, snel, een reactie. Omdat mijn mail een open mail was, geef ik het antwoord ook maar in de openheid. Zoveel staat er tenslotte niet in....
Ach, ik had niet anders verwacht. Zeker toen het antwoord zo lang op zich liet wachten, was een inhoudelijke reactie geen realistische verwachting meer. Dat is blijkbaar gewoon, omdat er nou eenmaal zoveel kijkers zijn en zoveel mails komen en... en...en.. en.. en... nou ja, lees het hieronder maar.  
Ik ben er nu wel weer klaar mee..... met dat programma dan... en met het wegschrijven van mijn ergernis ook...

Beste Jenneke,

 

Alle mail wordt hier gelezen, maar (een cliché, echter naar waarheid) wij ontvangen honderden reacties per dag. Met alle respect voor uw opinie, het is voor ons erg moeilijk om met iedereen in discussie te gaan over een mening die iemand heeft. Ook wij evalueren ons programma, dus uw mening wordt zeer zeker op prijs gesteld!

 

Verder, over onderwerpkeuze valt te twisten, over smaak ook, maar een gesprek verloopt ook vaak gewoon zoals het verloopt. Dit  hangt ook sterk af van de gasten die bij ons aan tafel zitten. Ook wij chargeren wel eens, soms kan dat laconieker overkomen dan misschien de bedoeling was. Wij proberen iedere dag weer een goed programma te maken, met een zo gevarieerd mogelijk scala aan onderwerpen en gasten. De ene dag lukt dit beter dan de andere, het is maar afhankelijk van wie wil en kan komen, soms.

 

Ik hoop dat u aan andere uitzendingen van ons nog wel plezier zult beleven!

 

Grt (..)

P&W

 


(einde 'discussie')

Posted

Aan de redactie van Pauw & Witteman


Aan de redactie van Pauw & Witteman

 

Na een week vakantie ging ik er vanavond weer eens voor zitten; uurtje P&W. Het begon goed met Diederick Samson die, behoorlijk a-politiek en deskundig de nucleaire dreiging in Japan uiteen zette. De combinatie met de Japan correspondent pakte ook goed uit. Complimenten voor deze keuze van gasten. De keuze van het onderwerp ligt zo voor de hand dat ik daar maar geen compliment voor uitdeel.

Vervolgens tijd voor een ander belangwekkend onderwerp; doorwerken na 65 jaar. Een onderwerp wat mij persoonlijk na aan het hart ligt en een flink aantal haken en ogen kent. Helaas, die haken en ogen kwamen niet aan bod. Het werd een elitair onderonsje tussen –min of meer – bekende Nederlanders met beroepen waar doorwerken na je 65e ook voordat de discussie over houdbaarheid van pensioenen op de agenda kwam, normaal was. Het gesprek kabbelde van hier naar daar, kritische vragen van Pauw en/of Witteman heb ik niet kunnen ontdekken. Maar misschien lag dat aan mijn wat diepgaandere kennis van het onderwerp. Zou kunnen toch, niet iedereen kan deskundig zijn. (Ja, u mag hier cynisme in lezen)

De ergernis over het verknallen van een op zich goed gekozen onderwerp leidde bij mij al tot enige irritatie (kijk gerust mijn tweets na tijdens de uitzending).

Maar het was nog niet erg genoeg. Volgende gast was Jack Wouterse die, zo bleek mij, vanochtend op de voorpagina van de Telegraaf had gestaan omdat hij stadswachten in Rotterdam onheus bejegend zou hebben. Het belang van het onderwerp ontging mij, vooral omdat mij bleek dat er geen stadswachten aan tafel kwamen zitten maar alleen Jack Wouterse himself.  Die vervolgens tekeer ging tegen stadswachten in het algemeen en in het bijzonder. Dat staat de gast natuurlijk vrij om te doen, maar van de talkshow-hosts (let op; ik kies bewust niet de term interviewer) zou een kritische vraag over agressie tegen publieke dienstverleners, neerbuigendheid over mensen die – voor een niet al te hoog salaris – hun door de gemeenschap opgedragen werk doen, toch niet teveel gevraagd zijn. Maar nee, Jeroen Pauw deed er vooral vele schepjes bovenop in neerbuigendheid en meepraten  zodat er afgesloten kon worden met ‘goh, wat hebben we gelachen’.  Ik vermoed dat de betreffende stadswachten niet tot het normale kijkerspubliek van Pauw & Witteman horen, althans ik hoop maar dat ze dat dédain niet hebben hoeven zien.

Het format van Pauw en Witteman is mij genoegzaam bekend. Een  combinatie van zware en lichte onderwerpen waar ook bewust wordt gekozen voor het laten meepraten van alle gasten, gebrek aan deskundigheid geen bezwaar. Bas Heijne sprak er laatst al mooie woorden over; het is ‘light entertainment’.  Dat vind ik op zich al erg genoeg, waarom is het teveel gevraagd om een écht inhoudelijke en deskundige late-night show te maken. Ook dan kan er nog best gelachen worden.

Maar vervolgens is vandaag dan ook de uitvoering van dat format tot in diepe ravijnen gezonken.

Met een bizarre onderwerpkeuze, met name aan het item met Jack Wouterse ontbrak elke nieuwsrelevantie.  Terwijl we momenteel over nieuwsonderwerpen in de wereld niet te klagen hebben.

Met een slechte, onkritische en ondeskundige bevraging van de gasten en hun onderwerpen.

Al met al leidde dat tot een blahblah TV die z’n weerga niet kent.

Het zal duidelijk zijn dat als dit de eerste teleurstelling was, ik  niet aan dit schrijven was begonnen. Het mag en kan tenslotte best eens een keertje wat minder. Helaas; het was niet de eerste keer. Al langer valt zowel de onderwerp- gastkeuze als de behandeling op in toenemende oppervlakkigheid.  Zowel redactie als Pauw en Witteman zelf valt te verwijten dat ik afhaak bij P&W. Jammer, als nieuwsjunk die er wel van houdt om de avond af te sluiten met een goed en divers programma behoor ik toch wel tot de doelgroep.

Doe er wat aan of bedenk een nieuw programma-format. Tot die tijd haak ik af.

Vriendelijke groet

Posted

Zeker nu!

Tijdens de spannende verkiezingsavond kwam deze zin langs:  “We gaan er voor zorgen dat we dat prachtige land weer teruggeven aan de Nederlanders, want dat is ons project. “ Aldus Mark Rutte, premier van Nederland.

Alle Nederlanders? Nee, met dit soort uitspraken ben je niet mijn premier Mark Rutte.

Mijn prachtige land is een land waar solidariteit norm is; in de maatschappij door eigen verantwoordelijkheid en door de overheid die een SAMENleving organiseert en motiveert.

Mijn prachtige land is een land waar vluchtelingen als mensen en niet als profiteurs van onze welvaart worden behandeld.

Mijn prachtige land is een land waar cultuur niet als subsidieslurper wordt gezien die zich meer moet richten op de markt van de algemene smaak, maar waar een overheid het belang ziet van brede cultuur en naast de markt van de algemene smaak een voedingsbodem creëert voor een diverse palet aan kunst en cultuur.

Mijn prachtige land is een land waar juist doordat we hier met velen wonen, de natuur meer moet zijn dan een koe in de wei en we weten dat de toekomst van ons land niet kan zonder aandacht voor echte natuur.

Mijn prachtige land is een land waar kwaliteitsonderwijs voor iedereen, van rugzakleerling tot toptalent, de norm is en waar je in investeert.

Mijn prachtige land is een land waar voor mensen met een  handicap die werken ook de WET op het het minimumloon wordt toegepast.

Mijn prachtige land is een land waar over de dijken wordt gekeken en internationale politiek meer is dan economische belangen nastreven.

Maar beste Mark, dat zijn mijn politieke en ideologische keuzes die de jouwe niet zijn. Dat kan en dat is mooi in een democratie. Maar we hebben juist een gezamenlijke basis nodig om met die verschillen om te gaan.

Want in mijn prachtige land zijn grondrechten van ons allemaal, ongeacht politieke en ideologische keuze, en komt mijn premier op voor onze deze rechten als gelijke burgerrechten en vrijheid van godsdienst en kijkt niet weg als iemand die wil aantasten.

Want in mijn prachtige land is een premier altijd meer dan een partijleider of een leider van een kabinet met een politieke kleur. In mijn prachtige land is een premier ook degene die leiderschap moet tonen. Mijn prachtige land heeft nl. een samenbindende identiteit, in een politiek gepolariseerd en maatschappelijk versplinterd landschap, héél hard nodig. En in dat gepolitiseerde landschap is  “Nederland teruggeven aan de Nederlanders’ beladen en geeft een verkeerde  suggestie .  Nederland was al van iedereen Mark, en dat  is en blijft het van ALLEN die hier wonen, werken en hun leven leiden. Ongeacht hun paspoort, geloof, geboorteland, politieke kleur.. De suggestie dat Nederland is  ‘afgepakt’ is, zeker in de huidige politieke context verwerpelijk en een premier onwaardig.

In mijn prachtige land kiest een premier zijn woorden zorgvuldig, zeker nu!

Posted

Afscheid met een terugblik op de vakbeweging

De laatste dagen van mijn vakbondsbestuurderschap breekt aan. Komende woensdag en donderdag ben ik nog in functie op het congres van Abvakabo FNV bij het vaststellen van het beleidsplan voor de komende vier jaar, maar als ik op donderdag de deur achter mij dicht trek ben ik gewoon vakbondslid geworden.

Ik ben meer dan 20 jaar professioneel actief geweest binnen de FNV. Het paste me als een goedzittende handschoen; mensen organiseren, met elkaar doelen formuleren en proberen die te bereiken. CAO's, sociale plannen, slechte arbeidsorganisaties verbeteren, pensioenregelingen; ze zijn in alle vormen voorbij gekomen. Ik ben trots op veel van die resultaten.

Ik heb op veel verschillende plekken in de bond gewerkt en nu sluit ik af als verantwoordelijk bestuurder voor dé bond in de publieke sector. Een publieke sector waar ik altijd veel mee heb gehad, misschien omdat m'n vader ambtenaar was en m'n moeder kleuterjuf? Of is het mijn innerlijke overtuiging dat een maatschappij zonder sterke publieke sector een maatschappij is zonder verbinding tussen mensen in de kwaliteit van hun bestaan? Zeker dat laatste.

En ja, als de vuilnismannen staken merken we maar weer hoe belangrijk het werk in de publieke sector is. De kwaliteit van het bestaan van een ieder is mede afhankelijk van goede publieke voorzieningen.

Terug naar mijn werk voor en in de bond. Van de laatste acht jaar als hoofdbestuurder van Abvakabo FNV zijn vooral de laatste vier jaar  bijzonder geweest. Want de nadruk van ons werk als bestuur lag niet, zoals we gewend waren, op het realiseren van veranderingen in de buitenwereld maar ook en veel op het veranderen van de binnenwereld; de bond zelf.

Begin 2006 begon het ledenverlies zichtbaar te worden en werd zichtbaar dat er écht wat moest gebeuren om de bond ook in de toekomst een rol van betekenis te laten spelen. Binnen het bestaande economische systeem waarin werknemerschap nog steeds een belangrijke rol speelt is een vakbond geen wetmatigheid maar wel, in mijn visie, een broodnodig speler om de arbeidsverhoudingen in balans te krijg en/of te houden en de belangen van werknemers te behartigen.

We constateerden dat we als bond stil stonden. Ledenverlies en onherkenbaarheid was het gevolg. Maar het ledenverlies was niet alleen een kwantitatief probleem, de samenstelling van het ledenbestand was eigenlijk een veel groter probleem. We noemen het de tsunami-grafiek waarin je kan zien dat de bond groot is geworden en wordt gehouden door de generatie die in de jaren 80 massaal lid zijn geworden. Daar zit nog steeds de groep die onze bond groot houdt. Als die groep over 10, 15 jaar afhaakt wordt de bond in één keer gehalveerd of nog erger.

Die probleem analyse maakten we in 2006 en op basis daarvan hebben we als bestuur de nieuwe missie, visie en strategie opgesteld.

Dat ging niet zonder interne strijd en discussie maar in 2008 hebben we op ons bijzonder congres in gezamenlijkheid de koers vastgesteld en zijn we volop aan de bak gegaan.

Het motto: groei & vernieuwing.

In de uitvoering hoort wat mij betreft, zoals elke organisatie die zichzelf serieus neemt, gebruik van de nieuwste inzichten en methodes om het doel te bereiken.

Dat hebben we gedaan; marketingmethodes om ledengroei te realiseren. Organising als nieuwe methodische werkwijze voor vakbondswerk op de werkvloer. Management om onze werkorganisatie aan te sturen. Een werkgroep van kaderleden die met professioneel advies aan de slag ging met voorstellen voor vernieuwing van de vereniging. Duidelijke rolverdeling tussen de verschillende organen binnen de vereniging.

Het heeft successen opgeleverd. Zichtbare successen zoals ledengroei, een geweldige pilot organising, nieuwe dynamiek zichtbaar in sectorplannen én CAO-resultaten, investering in vakbondsconsulenten en andere kaderleden.

Het heeft het echter ook veel onrust opgeleverd; soms uit angst voor verandering, soms oneens met het soort verandering, soms oneens op de inhoud.

Het heeft relaties verstoord, binnen de vereniging, tussen bestuur en delen van de vereniging.

Het heeft geleid tot een groot aantal kandidaten bij de bestuursverkiezing het komende  congres. Ik ben geen kandidaat, niet omdat ik niet geloof in de bond van de toekomst; integendeel. Maar omdat ook ik een 'kind van mijn tijd' ben die niet levenslang hetzelfde wil blijven doen maar ook mezelf wil ontwikkelen op andere terreinen.

Het geeft me nu ietsje meer afstand om te kijken naar hetgeen zich momenteel in de top van de bond zich afspeelt.

De veelheid aan kandidaten met leuzen als 'wij dichten de kloof', 'wij willen er meer vakbond van maken' 'wij gaan voor groei & vernieuwing' zeggen wat mij betreft vooral één ding.

Al die leden, bestuurders, medewerkers, bondsbestuurders die zich – terecht – druk maken over de bond delen niet dezelfde probleemanalyse. En dat is misschien op dit moment wel het échte probleem van onze bond. De één vindt een veronderstelde kloof een probleem, de ander vindt ideologische keuzes een probleem, de één dat we te weinig in de media komen, de ander dat we oude trouwe kaderleden onvoldoende waardering geven. De één dat de bondsraad onvoldoende macht heeft, de ander dat we teveel door moties worden 'geregeerd''. Ik kan nog wel even doorgaan.

Er is volgens mij echter maar één probleem, wat ook met keiharde feiten te staven valt; het toenemende gebrek aan representativiteit van en in de bond.

Van de bond; we zijn geen afspiegeling van de arbeidsmarkt in onze sectoren. Niet in leeftijdsopbouw, niet in man-vrouw verhouding, niet in culturele achtergrond, niet in opleidingsniveaus.

In de bond; onze actieve kaderleden zijn geweldig maar vormen geen afspiegeling van ons ledenbestand laat staan van de arbeidsmarkt. En doordat de oude vormen van de representatieve democratie niet meer werken, hebben we daar last van.

Een bond die pretendeert voor dé werknemers in de publieke sector op te komen en goede afspraken wil maken, die resultaten wil boeken, die serieus genomen wil worden als gesprekspartner MOET representatief zijn. Niet tot drie cijfers achter de komma, en ook niet persé in alle beroepsgroepen in gelijke verhouding (de lage en middengroepen hebben tenslotte meer redenen zich te organiseren dan de hogere groepen) maar niet zo eenzijdig als nu.

Het gebrek aan representativiteit leidt tot meer dan alleen het risico van afnemende invloed. Het leidt ook tot bescherming van de belangen van één groep, nl de groep die zich wel georganiseerd heeft. Je kan het die groep niet kwalijk nemen; je wordt tenslotte lid van de bond om je belangen behartigd te krijgen. Als voor jou de beste manier is om te verdedigen wat je hebt, dan is dat zo. Maar zijn we dan nog de brede bond voor alle werknemers die we pretenderen te zijn?

Gebrek aan representativiteit leidt er ook toe dat er onvoldoende input komt van anderen dan degene die al jaren lid zijn. Mensen met andere opvattingen over de belangenbehartiging. Die verder willen en moeten kijken dan het verdedigen van wat er is maar ook willen veranderen wat beter kan. Deze input mist ten ene malen.

Als coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid en in het bestuur verantwoordelijk voor het beleid rond arbeid & inkomen heb ik vernieuwing en verandering gemist. De keren dat ik het geprobeerd heb; levensloop arrangementen als aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde promoten, een flexibele AOW (beiden tijdens het congres in 2006) is het afgewezen.  Waarbij ik overigens vaststel dat we bij beide onderwerpen zijn ingehaald door de realiteit en het tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld is. Maar we hebben dus wel de kans laten lopen om zélf vernieuwend bezig te zijn en het als onze eigen vernieuwende agenda te presenteren.

.

In de afgelopen 20 jaar heb ik de vakbeweging zien veranderen in een beweging die zelf onvoldoende agendeert maar vooral in reactie op anderen komt met ideeën. Het flexibele AOW plan van de FNV kon er alleen komen onder politieke druk van buiten. Er is onvermogen en gebrek aan bereidheid om zelf iets te willen veranderen.

Het laatste zelf geagendeerde onderwerp waar we ons positief mee hebben onderscheiden was de Arbeidsduurverkorting. Door de vakbeweging geagendeerd én binnen gehaald. Maar vanaf de midden jaren 90 (36 urige werkweek gerealiseerd) is het niet meer mogelijk gebleken om zelf met initiatieven te komen én dus offensief de arbeidsverhoudingen en –voorwaarden te veranderen. Dat wil niet zeggen dat we stil hebben gestaan in ons denken en beleidsvorming. Maar het was vaak reactief en gaf ons dus onvoldoende kans om zelf het voortouw te nemen én de resultaten op ons conto te schrijven.

Ik 'geloof' in een brede vakbeweging die mensen van alle gezindten, politieke kleur in zich bergt en voor hun belangen opkomt. Maar ik 'geloof' ook in een vakbeweging die niet bang is voor verandering en zichzelf en het beleid vernieuwt. Die blijft belangen beschermt maar ook kan vernieuwen om aan kracht te winnen. Niet voor niets is mijn lijfspreuk "when you preserve progressive thoughts they might become conservative'. 

De vakbeweging moet meer kunnen zijn en zeggen dan 'handen af' maar moet ook het lef hebben om te zeggen 'handen op elkaar voor levensloopregelingen' 'handen op elkaar voor échte flexibiliteit'. En, intern; 'handen op elkaar voor nieuwe vormen waarbij we ons realiseren dat we ons moeten richten op wat onze (potentiële) leden willen en niet wat wij als exclusief clubje hebben bedacht'.

Daarom is het nodig de structuren en cultuur binnen de vakbeweging veranderen, we naar buiten kijken wat onze (potentiële) leden willen en niet bang zijn om zowel vorm als inhoud eens anders te doen. Daarmee verloochenen we niet ons bestaansrecht en basis maar daarmee kunnen we die juist versterken

Ik zal dat met belangstelling van de zijlijn gaan volgen en wens mijn opvolgers daar veel succes mee. Ik wens ze lef toe om de noodzakelijke inhoudelijke en organisatorische veranderingen vorm te geven. Zodat die krachtige organisatie van mensen in arbeid & inkomen een mooie toekomst tegemoet gaat.

Posted

De overheid past de eigen wetten niet toe...

Dit stuk hebben we aangeboden aan de kranten, maar die vonden het niet goed/interessant/belangrijk/nieuwswaardig genoeg om het te plaatsen.
Lang leve het internet....dan plaats ik het toch gewoon zelf.


Werken onder het wettelijk minimumloon: hoe de overheid de eigen wet niet toepast

            Het wettelijk minimumloon mag geen politiek instrument zijn.

 

De ambtelijke werkgroepen hebben laten zien wat wij in de praktijk al zien. Namelijk dat er steeds minder respect is voor misschien wel één van de belangrijkste wetten van ons land: de wet minimumloon (wml).

Het wml legt een belangrijke bodem in onze arbeidsverhoudingen en stelt dat werk in ieder geval moet (kunnen) leiden tot voldoende inkomen. Het is een teken van beschaving dat werkende mensen ook van hun werk kunnen leven.

Wat is er aan de hand? Naast de oprispingen van de werkgroepen die stellen dat het minimumloon wel 10 procent lager kan, is er al langer sprake van een aanval op het wml. De laatste kabinetten Balkenende hebben het voor elkaar gekregen dat er ónder het wml gewerkt kan worden, bijvoorbeeld in de sociale werkvoorziening (sw). Ja, echt waar; een overheid die z’n eigen wetten niet naleeft.

Veel mensen halen hun schouders erover op: het zijn arbeidsgehandicapten dus zij krijgen aanvulling via de bijstand omdat ze de productienorm niet halen die het wml rechtvaardigt. Niets aan de hand dus?!

Natuurlijk is er wel wat aan de hand. De norm van het wettelijk minimumloon is niet gesteld omwille van een minimale arbeidsproductiviteit, maar omwille van een minimaal bestaansrecht dat kan worden verkregen via werk. Dat bestaansrecht wordt nu aangetast.

Vooralsnog gaat het om werknemers met een handicap, Wajongers (jonggehandicapten) en sw-ers, of werknemers met een bijstandsuitkering. Voor Wajongers is dit al vanaf 1 januari 2010 aan de orde. Voor de sw-ers start binnenkort een proefproject waarin voor 2,5 jaar onder het wml gewerkt wordt. Voor mensen met een bijstandsuitkering (wwb) gelden ‘Work First’-trajecten of ‘participatieplaatsen’.  In beide gevallen is dan sprake van werken met behoud van de bijstandsuitkering. Dit kan tot wel vier jaar duren. Vier jaar werken onder het wml dus. Moet de werkgever dan altijd dat minimumloon betalen, ook als een arbeidsgehandicapte werknemer in economische termen het minimumloon niet terugverdient? Wat ons betreft wel. Maar het kan daarbij heel goed dat we als samenleving zeggen ‘goed dat je die plek biedt, jij krijgt daar een extra bijdrage voor’. Die subsidie gaat dan naar de werkgever. En de werkgever geeft de werknemer een gewone baan met een gewoon loon.

Abvakabo FNV hanteert het uitgangspunt van ‘Decent Work’. Dit houdt in dat werknemers moeten kunnen rekenen op een veilige werkplek, mogelijkheden om economisch zelfstandig een bestaan (en dus een fatsoenlijk inkomen) op te bouwen en doorgroeimogelijkheden hebben.

Het minimumloon lijkt in plaats van een waarborg op een inkomen te verworden tot een politiek instrument. Aan de ene kant wordt werken onder het minimumloon aanvaardbaar, aan de andere kant  geldt opeens een norm van 120% van het wml. Zo worden er eisen gesteld aan nieuwkomers. Zij moeten een inkomen hebben van tenminste 120 procent van het wml. Vreemd is het dan, dat diezelfde criteria niet gelden voor mensen met een arbeidshandicap. dan ligt de norm voor een zelfstandig economische bestaan opeens een stuk lager.

Het wettelijk minimumloon is geen politiek instrument wat naar wens van de politieke doelen ingezet kan worden. Het is een minimaal, en al vrij lage norm die het mogelijk maakt om te kunnen leven van je werk. Wij roepen de politieke partijen dan ook op om in de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamer hierover uitspraken te doen. Een eerlijke verdeling van werk en inkomen voor alle in Nederland werkenden moet het uitgangspunt zijn. De welvaart moet eerlijk verdeeld zijn en blijven, met een basis die voor iedereen geldt, en wordt nageleefd.

Kortom: Overheid bescherm het wettelijk minimumloon en leef je eigen wet na!

Jenneke van pijpen, vice-voorzitter Abvakabo FNV

Jose Meijer, landelijk bestuurder WSW Abvakabo FNV

en met dank aan Patricia van der Heijden en Janke Smit, beleidsadviseurs van Abvakabo FNV

Posted

Mijn nieuwe blogsite

maar ik blijf ook op jenneke.hyves.nl/blog te volgen.

Posted